De Negroni-limiet
Het aantal cocktails lijkt oneindig, maar dat is het niet. Smaak legt grenzen op, en die grenzen zijn te berekenen. Een half-serieuze verkenning van een eindige ruimte.
Voor een kerstdiner stelde ik ooit een vraag die serieuzer bleek dan bedoeld. Hoeveel cocktails bestaan er eigenlijk die de moeite waard zijn? Het voelt als een oneindig aantal. Vijftien basissterke dranken, vijftien mixers, alle verhoudingen, alle combinaties. De keuzestress aan de bar suggereert chaos.
Maar smaak is geen chaos. Smaak legt regels op. Te veel alcohol zonder zuur is niet te drinken. Room en citrus schiften. Twee rokerige whisky’s naast elkaar heffen elkaar op. Elke regel snoeit de ruimte terug.
Waar het op uitkomt
Als je die regels streng toepast, valt het theoretische aantal van tienduizenden combinaties terug tot iets in de orde van duizend echt werkbare drankjes. Mijn eigen, half-serieuze berekening kwam uit rond de 970. En het aardige is: de grote cocktailboeken uit anderhalve eeuw komen ongeveer op datzelfde getal uit. De canon is niet willekeurig. Hij is wat overblijft nadat smaak de rest heeft weggestreept.
Daar zit een bredere les in. Wat oneindig lijkt, is dat zelden. Een goede das, een goed gerecht, een goede cocktail. De ruimte van het bruikbare is kleiner dan de ruimte van het mogelijke, en precies dat maakt vakmanschap leerbaar.