Het debat mist geen argumenten, het mist eenheden
Vijf keer vraagt een afscheidsessay over klimaat om een maat, en vijf keer verschijnt er een beeld. Metafoor is wat je gebruikt wanneer de eenheid ontbreekt — en de as van gelovige tot ontkenner is geen gevolg van polarisatie maar van armoede aan taal.
Paul Luttikhuis schreef vijfentwintig jaar over klimaat voor NRC en nam afscheid met een essay dat om één reden de moeite waard is: het is eerlijk tot in zijn eigen tekortkomingen. Hij beschrijft hoe hij in Parijs een brok in de keel had en niet meeklapte. Hij beschrijft hoe hij na een lezing over de beslissende vijftien jaar gezellig meepraatte op de borrel en daarna in de file op de A2 ging staan. En hij eindigt, na een kwarteeuw, met de zin dat hij het antwoord niet weet.
Dat is geen falen van de auteur. Het is een symptoom, en het is af te lezen aan de plekken waar hij een grootheid nodig heeft.
Op vijf momenten in het essay moet er een maat op tafel komen, en op alle vijf verschijnt er een beeld. Welvarende landen zijn olifanten en arme landen muizen. Klimaatmodellen die de economie meenemen zijn een spelletje Monopoly. Ieder mens heeft recht op de opbrengst van twee hectare grond. Wij zijn de kolonisatoren van toekomstige generaties. Wij moeten een territorium vinden om te landen. Stuk voor stuk treffend, stuk voor stuk metaforen. Je kunt er niet mee rekenen, er niets mee vergelijken en vooral: je kunt er niet mee ongelijk krijgen.
Metafoor is wat je gebruikt wanneer de eenheid ontbreekt.
En de ontbrekende eenheden zijn niet exotisch. Ze liggen in de literatuur waaruit deze journalist vijfentwintig jaar heeft geput, alleen zijn ze nooit overgezet naar het publieke register. Het onderscheid tussen omvang en tempo, dat bepaalt of een verstoring die groter is dan de onze toch minder ontwrichtend was. Het onderscheid tussen een projectie en een waarneming, dat beslist of een technologie een prestatie is of een belofte. De disconteringsvoet, het percentage per jaar waarmee wij de toekomst wegrekenen, dat zich als een technische parameter voordoet terwijl het een moreel oordeel is over hoe zwaar mensen tellen die nog niet leven. De drempel met hysterese, waar de terugweg niet de heenweg is. De snelheidslimiet van ecosystemen, in honderden meters per jaar, tegen de snelheid waarmee de isothermen over het aardoppervlak schuiven, in kilometers per jaar. En het verschil tussen de klok van de electorale cyclus en de klok van het systeem dat die cyclus probeert te besturen.
Wie deze woorden heeft, kan zeggen wat hij bedoelt. Wie ze niet heeft, grijpt naar olifanten.
En hier komt een tweede tekort bovenop het eerste, want het Nederlands biedt voor een deel van deze begrippen geen bruikbaar woord. Er is het leenwoord dat buitensluit, zoals hysterese, proxy en forcering. Er is het calqueerwoord dat de verkeerde connotatie meesleept, zoals opwarming in de pijplijn, waarbij pijplijn inmiddels vooral als bedrijfsjargon leest. Er is het vakwoord dat correct is maar in een register ligt waar de lezer niet komt, en disconteringsvoet is daarvan het zuiverste voorbeeld: het woord bestaat, het klopt, en het laat weten dat dit stuk niet voor u is geschreven. En voor sommige dingen is er niets. De snelheid waarmee de isothermen over het aardoppervlak schuiven heeft in het Nederlands geen naam. Er is één instructieve uitzondering. Kantelpunt is wel vertaald, het is aangeslagen, en juist daarom wordt het nu op vrijwel elk verschijnsel geplakt dat dramatisch aanvoelt, meestal zonder dat er een drempel met hysterese in de buurt is. Een goede vertaling is dus noodzakelijk en niet voldoende. Zij levert een woord op, en daarna moet dat woord zijn betekenis nog vasthouden.
Het enige begrip dat het Nederlandse debat zelf heeft gemunt is handelingsperspectief, en het is veelzeggend dat juist dat woord niet werkt. Luttikhuis ergert zich er zichtbaar aan, verwerpt de eis, en levert vervolgens toch een lijstje: minder spullen, niet vliegen, auto weg, kleiner wonen. Daarna schrijft hij dat niemand daarop zit te wachten, hijzelf incluis. Dat is een antwoord op een vraagstuk van internationale coördinatie, gegeven in de eenheid van het huishouden. Het woord dekt die verschuiving af in plaats van haar zichtbaar te maken. Dat is de reden dat het onbevredigend blijft, en niet de reden die meestal wordt gegeven, namelijk dat mensen niet willen.
Hier ligt ook de verklaring voor de as die het debat beheerst, met de gelovige aan het ene uiteinde en de ontkenner aan het andere. Die as is geen gevolg van polarisatie, of niet in de eerste plaats. Zij is een gevolg van armoede aan taal. Posities die je niet in verschillende eenheden kunt uitdrukken, vallen samen. Een ingenieur die een bepaald elektrificatietempo onhaalbaar acht en iemand die het broeikaseffect ontkent, belanden op dezelfde plek omdat er geen woorden zijn waarmee zij van elkaar te onderscheiden zijn. Zodra de vragen uit elkaar worden gehaald, blijkt het grootste deel van het meningsverschil niet over de wetenschap te gaan.
De diepe tijd is de plek waar die eenheden vandaan komen, want het geologische archief is het enige laboratorium waarin het experiment al vele malen is uitgevoerd. En het archief antwoordt consequent in een andere grootheid dan die waarin de vraag wordt gesteld. Het publieke debat vraagt hoeveel. Het archief antwoordt hoe snel.
Een journalist die een kwarteeuw het juiste ongemak voelde, het eerlijk opschreef en aan het eind moest noteren dat hij het antwoord niet weet, is geen tegenstander van dit betoog. Hij is de casus.