Het limbisch alibi
Wanneer de aandachtseconomie het sluitstuk wordt van een ontslagredenering. Over de stijging van het aantal jongeren in de bijstand, en de figuur waarin een structureel geproduceerde uitkomst wordt toegeschreven aan het beschadigde brein van wie haar draagt.
Op 14 augustus 2026 publiceerde NRC een achtergrondstuk over de aanhoudende stijging van het aantal jongeren in de bijstand. Het artikel noemt vijf oorzaken: de woning- en arbeidsmarkt, twijfelen en wisselen van baan, schulden, de aanscherping van de Wajong, en mentale problemen. Het is zorgvuldig werk. Het bevat de meeste feiten die nodig zijn om de stijging te begrijpen.
Het bevat ook een figuur die de moeite van het benoemen waard is, omdat hij buiten dit artikel om steeds vaker opduikt en omdat hij de taal gebruikt van de kritiek op de aandachtseconomie.
Twee jongerenwerkers beschrijven in het stuk dezelfde causale keten. Een jongere kan zich door voortdurend scrollen niet lang genoeg concentreren. Dat uit zich in te laat komen. Daarop volgt een gesprek met de leidinggevende. Dat gesprek loopt op. De werkgever beëindigt de samenwerking. De jongere zit thuis, het geld raakt op, en er wordt bijstand aangevraagd.
In die keten is elke schakel afzonderlijk herkenbaar. Als geheel doet ze iets anders dan beschrijven. Ze rekent een uitkomst die door een reeks institutionele beslissingen mogelijk is gemaakt, toe aan het aangetaste aandachtsvermogen van de betrokkene. Het tijdelijke contract verdwijnt uit de redenering. De drie maanden WW verdwijnen. De werkgever die geen ruimte gaf, verdwijnt. Wat overblijft is een jongere die niet vijf minuten stil kan zitten.
Dat is het limbisch alibi: de figuur waarin een structureel geproduceerde uitkomst wordt verklaard uit het beschadigde brein van degene die haar draagt, in de woordenschat van de kritiek zelf.
De figuur is aantrekkelijk omdat hij progressief klinkt. Hij wijst niet naar luiheid maar naar neurologie, niet naar karakter maar naar blootstelling. Hij lijkt daarmee het tegendeel van het oude verwijt. Hij is het niet. Hij verplaatst alleen het orgaan waaraan de tekortkoming wordt toegeschreven.
De teller is meeveranderd
Voordat de vraag naar oorzaken zinvol is, moet de vraag naar de meting worden gesteld. Die vraag stelt vrijwel niemand.
Het CBS meldt dat het aantal jongeren tot 27 jaar met een bijstandsuitkering eind maart 2026 op 42.500 lag, en dat dit aantal dertien kwartalen op rij hoger was dan een jaar eerder. De sterkste stijging viel eind 2023, met 9,2 procent, waarna het tempo afnam. (1)
De Divosa Benchmark voegt daar een gegeven aan toe dat in het publieke debat vrijwel niet terugkomt. Gemeenten zijn in 2025, vooruitlopend op de Participatiewet in Balans, al afgeweken van de vierwekenzoektermijn voor kwetsbare jongeren. Die wijziging trad per 1 januari 2026 formeel in werking. (2)
De vierwekenzoektermijn was geen neutrale procedure. Een jongere die zich meldde, moest vier weken zelf zoeken voordat een aanvraag in behandeling werd genomen. Wie in die vier weken afhaakte, verscheen nooit in de statistiek. De termijn onderdrukte niet de nood, maar de registratie van de nood. Wie hem opheft, maakt bestaande onzichtbare precariteit administratief zichtbaar.
Dat betekent dat een deel van de stijgende lijn een reparatie is die als verslechtering wordt afgelezen. Hoe groot dat deel is, weet niemand, want het is niet onderzocht. Dat het niet is onderzocht terwijl de lijn dertien kwartalen loopt, is zelf een gegeven.
Het beeld vraagt om nog twee correcties, in beide richtingen. Het aandeel jongeren in het totale bijstandsbestand bleef in 2025 op elf procent, gelijk aan 2024, terwijl het in de jaren 2018 tot 2023 tussen negen en tien procent lag. In absolute aantallen gaat het om een toename van 40.145 naar 41.657. (3) Jongeren stromen bovendien van alle leeftijdsgroepen het vaakst in én weer uit; een aanzienlijk deel van de bijstandsafhankelijkheid onder jongeren is kortdurend. De stijging is dus reëel maar bescheidener dan de kwartaalpercentages suggereren, en de hoofdeconoom van het CBS wijst erop dat een deel ervan samenhangt met jonge statushouders, zonder dat dit de hoofdverklaring is. (4)
Wat wel onmiskenbaar is verschoven, is waar deze jongeren institutioneel terechtkomen.
Drie deuren stroomopwaarts
De bijstand is het laatste vangnet. Dat betekent dat elke versmalling van een regeling stroomopwaarts zich stroomafwaarts vertaalt in volume, zonder dat iemand besluit het bijstandsbestand te laten groeien.
Drie versmallingen zijn aanwijsbaar en gedateerd. De Wajong is in 2015 dichtgezet voor iedereen die niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is, waarmee jongeren met autisme of ADHD van een rijksregeling naar het gemeentelijk domein zijn verplaatst. De WW-duur is gekoppeld aan arbeidsverleden, waardoor wie kort heeft gewerkt recht heeft op drie maanden en daarna op de bijstand is aangewezen. Het Bbz stelt eisen waar een startende zelfstandige zonder klantenbestand doorgaans niet aan voldoet.
Het aantal jongeren tot 27 jaar met een re-integratievoorziening was in 2024 ongeveer even groot als het aantal jongeren met een bijstandsuitkering, en voor jongeren wordt substantieel vaker dan voor andere leeftijdsgroepen loonkostensubsidie, jobcoaching en beschut werk ingezet. (5) Dat is de Wajong-verplaatsing zichtbaar in een andere teller. De ondersteuning is niet verdwenen. Ze is verhuisd naar een regeling met een andere naam, een andere financier en een ander stigma.
Het aantal jongeren in de bijstand is daarmee geen meting van jongeren. Het is de negatieve afdruk van wat stroomopwaarts is afgesloten.
De categorie bestaat al
Het limbisch alibi is niet alleen een spreekwijze van jongerenwerkers. Het heeft een administratieve tweelingbroer.
In de landelijke registratie van maatregelen bestaat de categorie “tekortschietend besef van verantwoordelijkheid”, BUS-code 28/04. Daarvan kan sprake zijn als iemand zijn vermogen te snel heeft opgemaakt, bijvoorbeeld door iets te kopen wat echt niet nodig was. In 2025 werd 9,6 procent van alle opgelegde maatregelen onder deze code geboekt. (6)
Dat is de figuur in gecodificeerde vorm. Een oordeel over de innerlijke gesteldheid van de betrokkene, met een nummer, een rechtsgevolg en een teller. Het limbische vocabulaire hoeft daar niet eens aan te pas te komen; het levert er alleen een moderner en medisch klinkend argument voor. Wie meent dat de aandachtseconomie het beoordelingsvermogen van jongeren aantast, en die overtuiging meeneemt in een gesprek over een maatregel, geeft aan een bestaande vorm een nieuwe onderbouwing.
Precies daar wordt de kritiek op de aandachtseconomie gevaarlijk. Niet in het boek, maar in de spreekkamer van een organisatie die beslist over iemands inkomen.
Foutmarge
Er is een reden waarom de scrolverklaring niet kan doen wat er van haar wordt gevraagd.
Blootstelling aan de aandachtseconomie is vrijwel universeel. De variabele “scrollen” is grotendeels constant over de jeugd van een heel land. Een grootheid die nauwelijks varieert, kan geen uitkomst verklaren die sterk varieert. De jongere die scrolt en aan een master begint en de jongere die scrolt en in de statistiek verschijnt, verschillen niet noemenswaardig in blootstelling.
Wat wel verschilt, is de foutmarge. Daarmee bedoelen we het geheel aan middelen dat bepaalt wat een misstap kost: een ouderlijk huis om op terug te vallen, ouders die kunnen aanvullen, een diploma met signaalwaarde, een financiële opvoeding, en het recht om op je tweeëntwintigste een verkeerde keuze te maken zonder dat die drie jaar duurt.
De wet gaat expliciet van die foutmarge uit. Voor jongeren van achttien tot eenentwintig geldt een lagere bijstandsnorm, en de reden daarvoor is dat ouders tot het eenentwintigste jaar onderhoudsplichtig zijn en geacht worden aan te vullen. De regeling veronderstelt dus de aanwezigheid van een private buffer. Voor wie die buffer niet heeft, is de norm ontoereikend, met als motivering een onderhoudsplicht die in zijn geval feitelijk niet wordt nagekomen.
Hier wordt ook zichtbaar dat schermbeperking geen concurrerende verklaring is maar een uitdrukking van dezelfde ongelijkheid. Ouderlijke begrenzing van schermgebruik kost tijd, aanwezigheid en gezag. Dat zijn schaarse goederen, ongelijk verdeeld. Het advies om de telefoon weg te leggen is geprijsd voor mensen die zich verstrooiing kunnen veroorloven.
De aandachtseconomie levert dus niet één schade op. Ze levert een wisselkoers, en die koers is het steilst waar de foutmarge het smalst is.
Waarom het mentale register wint
Dan blijft de vraag waarom instellingen dit verschijnsel wel registreren, maar in een andere categorie.
Bestaansonzekerheid is een eigenschap over tijd. Het officiële systeem meet op een moment: inkomen, arbeidsdeelname, opleidingsniveau, uitkeringsstatus. Onzekerheid over de tijd heen is in dat boek geen grootheid. Het verschijnsel is daarmee structureel onmeetbaar.
Mentale gezondheid is dat niet. Er is een monitor, er zijn instrumenten, er is een behandelapparaat en er zijn begrotingsposten. Het onmeetbare wordt daarom vertaald naar de enige categorie waarin de drager het kan vasthouden, en vervolgens volgt het instrumentarium de vertaling: therapie, jongerenwerk, ontwikkeltraject. Niet: opbouw van WW-rechten, contractzekerheid, toegang tot woonruimte.
Dat de vertaling niet klopt, is aan de praktijk zelf af te lezen. Gemeenten melden dat de hulpverlening voor jongeren vastzit en dat velen op een wachtlijst staan. (7) De bijstand functioneert daarmee mede als wachtkamer van een zorgsysteem dat vol is. En in het NRC-artikel zegt een van de geïnterviewden dat juist het in de bijstand zitten mentaal zwaar was, omdat het voelde alsof je niets toevoegt. De pijl loopt daar de andere kant op.
Beide registers staan in dezelfde publicatie. Ze corrigeren elkaar niet.
Wat dit vraagt van de uitvoering
Limbic Literacy is geen instrument om jongeren te leren beter met hun telefoon om te gaan. Dat zou het probleem terugleggen bij degene die het al draagt. De eerste laag, herkenning, is hier van toepassing op de beoordelaar, niet op de beoordeelde.
Drie vragen zijn voldoende om de figuur te onderscheppen op het moment dat hij zich aandient.
De eerste: verklaart de aandachtsverklaring het verschil, of alleen het gedrag? Als vrijwel iedereen in de leeftijdsgroep dezelfde blootstelling kent, verklaart die blootstelling niet waarom deze jongere hier zit en een ander niet.
De tweede: welke deur is stroomopwaarts dichtgegaan? Vraag naar het arbeidsverleden, het contracttype, het moment van achttien worden, de afwijzing bij een andere regeling. Wie die vragen niet stelt, krijgt een dossier dat begint bij het te laat komen.
De derde: wat zou een jongere met een ruimere foutmarge in dezelfde situatie hebben gedaan? Als het antwoord luidt dat hij een half jaar bij zijn ouders had gewoond en opnieuw was begonnen, dan is het verschil niet neurologisch.
De aandachtseconomie is echt, het verdienmodel is echt, en de schade is gedocumenteerd. Juist daarom mag die diagnose niet worden gebruikt om te verklaren waarom iemand zijn baan is kwijtgeraakt. Een structurele kritiek die eindigt in een oordeel over een individu, is geen structurele kritiek meer. Ze is een alibi geworden voor het systeem waar ze zich tegen richtte.
Noten
- CBS, “Aantal mensen met bijstand elf kwartalen op rij hoger dan een jaar eerder”, 12 juni 2026.
- Divosa Benchmark Werk & Inkomen, Jaarrapportage 2025, onderdeel Samenstelling bijstandsbestand, laatste update 6 april 2026. De Participatiewet in Balans werd op 22 april 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en op 30 september 2025 door de Eerste Kamer; invoering is gefaseerd over 2026 en 2027.
- Divosa Benchmark Werk & Inkomen, Jaarrapportage 2025.
- Peter Hein van Mulligen (CBS), geciteerd in Binnenlands Bestuur, “Waarom stijgt het aantal jongeren in de bijstand?”, mei 2026.
- Significant APE, Re-integratiedienstverlening door gemeenten, november 2025.
- Divosa Benchmark Werk & Inkomen, Jaarrapportage 2025, onderdeel Maatregelen. De categorieindeling volgt de Bijstands Uitkeringen Statistiek van het CBS.
- Citaat uit een benchmarkgesprek, opgenomen in Divosa Benchmark Werk & Inkomen, Jaarrapportage 2025.
Het besproken artikel: Sezen Moeliker, “Hoe kan het toch dat het aantal jongeren in de bijstand toeneemt?”, NRC, 14 augustus 2026.