House of Viridian
← Limbic Literacy
· Essay

Sive ratione, sive affectu

Yoram Stein schrijft Spinoza voor als medicijn tegen verslaving. Spinoza wist zelf beter: een idee beteugelt geen affect. Over de grens van het filosofische medicijn, en de politieke Spinoza die de samenleving inricht voor de avond waarop het ons niet lukt.

In juni verscheen Afkicken met Spinoza van Yoram Stein, filosofiedocent in Amsterdam, bestuurder van Vereniging Het Spinozahuis en gepromoveerd op Spinoza. Het boek neemt een stelling in die in het Nederlandse debat zelden zo scherp is geformuleerd. Verslaving is volgens Stein het belangrijkste probleem van onze tijd, en ze betreft niet een kleine groep maar ons allemaal: telefoons, sociale media, voedsel, morele verontwaardiging, het eigen gelijk. Hij beschrijft de samenleving als een giftig pretpark, ingericht door industrieën die hetzelfde verdienmodel delen, en hij stelt vast dat alleen collectieve en politieke maatregelen die cultuur kunnen veranderen. (1)

Daarna doet het boek iets anders. Het richt zich, zoals Martijn Meijer in zijn recensie in NRC opmerkt, vooral op de vraag wat het individu kan doen. Het antwoord is filosofie, met Spinoza als medicijn. Meijer sluit af met een bedenking die hij aan Spinoza zelf ontleent, de laatste zin van de Ethica: sed omnia praeclara tam difficilia, quam rara sunt. Al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam. (2)

Die zin verdient meer dan de plaats van een slotbedenking. Hij bevat het probleem van elke remedie die via het inzicht van het individu loopt, en Spinoza heeft de consequentie ervan zelf getrokken, in een werk dat in de discussie over verslaving zelden wordt gelezen. Rüdiger Safranski levert de andere helft van het argument, namelijk waarom het inzicht de dwang zo slecht bereikt. Samen markeren ze de grens van het filosofische medicijn, en daarmee het punt waar een structurele analyse moet beginnen.

• • •

Eerst wat Stein goed ziet. Spinoza kende het woord verslaving niet, maar zijn definitie van onvrijheid past er naadloos op. In het voorwoord bij het vierde deel van de Ethica noemt hij het menselijk onvermogen om de affecten te matigen en te beteugelen servitus, slavernij. Wie door affecten wordt beheerst, is niet zijn eigen meester maar overgeleverd aan het lot, zodat hij vaak gedwongen wordt het slechtere te volgen terwijl hij het betere ziet. (3) Daaronder ligt een stelling die het zelfbeeld van de autonome consument ondergraaft. De kracht waarmee een mens in zijn bestaan volhardt, is begrensd en wordt door de macht van externe oorzaken oneindig overtroffen (Ethica IV, stelling 3). Het individu is geen afgesloten domein. Het is een knooppunt van invloeden.

De remedie in het vijfde deel volgt daaruit. Een affect dat een hartstocht is, houdt op een hartstocht te zijn zodra we er een helder en onderscheiden idee van vormen (Ethica V, stelling 3). Begrijpen wat je beweegt, verandert je verhouding ertoe. Die gedachte is niet naïef en voor een deel juist. Wie de variabele beloning in een feed leert herkennen, wie weet waarom de melding rood is en waarom de pagina geen einde heeft, staat anders tegenover het apparaat. Herkenning en begrip zijn de eerste twee lagen van wat De Limbische Economie Limbic Literacy noemt. Stein heeft gelijk dat ze kunnen worden geleerd, en dat een klaslokaal waar samen wordt gedacht daarvoor een betere plek is dan een app.

Het probleem zit in wat daarna wordt verondersteld: dat het inzicht, eenmaal verworven, het handelen meeneemt. Spinoza is daarover zelf sceptischer dan de therapeutische lezing van zijn werk doet vermoeden. Een affect kan alleen worden beteugeld of opgeheven door een tegengesteld en sterker affect (IV, stelling 7). De ware kennis van goed en kwaad kan, voor zover ze waar is, geen enkel affect beteugelen, maar alleen voor zover ze zelf als affect wordt beleefd (IV, stelling 14). In de toelichting bij stelling 17 citeert hij Ovidius: video meliora proboque, deteriora sequor. Ik zie het betere en keur het goed, en ik volg het slechtere. (4)

Die regel beschrijft een scène die in de literatuur over de aandachtseconomie steeds terugkeert. Gabor Maté, die de mechanismen van verslaving beter kent dan vrijwel iedereen, erkent dat hij geen vijf minuten kan zitten zonder naar zijn telefoon te grijpen. Aza Raskin, de ontwerper die in 2006 de infinite scroll bedacht en de werking ervan dus van binnenuit kende, raakte er zelf aan verslaafd. Zijn inzicht bevrijdde hem niet. Wat hem bevrijdde, was een zelfgeschreven stuk software dat elke nieuwe lading met tweehonderdvijftig milliseconden vertraagde. Een kwart seconde frictie. (5)

Dat is geen argument tegen Spinoza. Het is een argument voor de Spinoza die minder vaak wordt gelezen.

• • •

In de laatste jaren van zijn leven werkte Spinoza aan de Tractatus Politicus, die onvoltooid bleef en in 1677 postuum verscheen. Het werk opent met een verwijt aan de filosofen. Zij beschouwen de affecten als ondeugden waarin mensen door eigen schuld vervallen, en schrijven daarom eerder satire dan ethiek. Ze stellen zich de mens voor zoals ze hem graag zouden zien en niet zoals hij is, met als gevolg dat hun politieke theorie een hersenschim blijft, bruikbaar in Utopia maar niet in een bestaande staat (TP I, 1). (6)

Enkele paragrafen verder volgt de stelling die het vraagstuk van de verslaafde samenleving in één beweging verplaatst. Een staat waarvan het welzijn afhangt van iemands goede trouw, en waarvan de zaken alleen goed worden behartigd als de betrokkenen te goeder trouw willen handelen, is allerminst stabiel. Om te kunnen blijven bestaan, moeten de publieke zaken zo worden ingericht dat wie ze beheert, sive ratione ducantur, sive affectu, of hij nu door de rede of door affect wordt geleid, niet tot kwade trouw of verkeerd handelen kan worden gebracht (TP I, 6). (7)

Hier is de laatste zin van de Ethica geen melancholieke kanttekening meer, maar een ontwerpprincipe. Als het voortreffelijke zeldzaam is, kan een samenleving haar bescherming niet laten afhangen van het voortreffelijke. Ze moet werken voor wie redelijk is en voor wie dat die avond, na een volle werkdag, niet meer is. Raskins kwart seconde is zo’n inrichting: frictie werkt sive ratione, sive affectu. Hetzelfde geldt voor de standaardlimieten, nachtelijke blokkades en beperkingen op meldingen voor minderjarigen die de Amerikaanse schikking met Meta van eind augustus vastlegt. (8) Ze vragen van de gebruiker geen inzicht. Ze nemen de omgeving onder handen die het inzicht stelselmatig te slim af is.

Deze politieke Spinoza heeft in Nederland een voorgeschiedenis die opvallend dicht bij de doopsgezinde traditie ligt. Spinoza woonde van 1661 tot 1663 in Rijnsburg, het centrum van de collegianten, in het huis dat nu het Spinozahuis heet. Tot zijn naaste vrienden behoorden de doopsgezinden Jarig Jelles en Pieter Balling. Jelles schreef het voorwoord bij de postume uitgave waarin ook de Tractatus Politicus verscheen. (9) Het milieu dat Spinoza’s nalatenschap bezorgde, kende zowel het filosofische gesprek als de gemeentelijke praktijk van onderlinge vermaning. Het ene bestond daar niet zonder het andere.

• • •

Blijft de vraag waarom het inzicht de dwang zo slecht bereikt. Spinoza’s antwoord is formeel: een idee is als idee zwakker dan een affect. Safranski geeft een antwoord dat dichter bij de ervaring ligt, en dat verklaart waarom de aandachtseconomie zo doeltreffend is.

Zijn boek Zeit uit 2015 begint niet bij de klok maar bij de verveling. De tijd wordt volgens Safranski het meest voelbaar wanneer ze niet wil vergaan, wanneer er te weinig gebeurt om haar te bedekken. Die lege tijd heeft literatuur en filosofie altijd uitgedaagd, omdat je aan de mens het best kunt zien wat er met hem aan de hand is wanneer er verder niets aan de hand is. Het hoofdstuk beschrijft de verveling als een drama in drie bedrijven, in het spoor van Heideggers analyse uit de colleges van 1929 en 1930, waarin de diepste verveling niet het wachten op iets is maar de toestand waarin alles tegelijk onverschillig wordt en de mens op zichzelf wordt teruggeworpen. (10) Eerder had Safranski in zijn biografie van Schopenhauer de denker beschreven voor wie het leven als een slinger heen en weer gaat tussen pijn en verveling. (11)

Die slinger is de voorwetenschappelijke vorm van wat Anna Lembke de plezier-pijnbalans noemt, en ze maakt zichtbaar wat het verdienmodel werkelijk exploiteert. De feed corrigeert geen onjuist idee. Ze vult een leeg moment. Pascal schreef in dezelfde decennia waarin Spinoza aan de Ethica werkte, dat al het ongeluk van de mensen voortkomt uit één ding: dat ze niet rustig in een kamer kunnen blijven. (12) Wat toen een observatie over de menselijke natuur was, is nu een bedrijfsmodel. Een platform verdient eraan dat precies het moment uitblijft waarop, in Safranski’s termen, zichtbaar zou worden wat er met ons aan de hand is. Wie verslaving opvat als het gevolg van een verkeerde voorstelling van het goede, richt de therapie op de voorstelling. De industrie richt zich op de tijd.

Daarom is Steins formule, verslaving als het tegendeel van een filosofisch leven, tegelijk juist en ontoereikend. Juist, omdat filosoferen een van de weinige activiteiten is die lege tijd verdraagt en er iets mee doet. Ontoereikend, omdat het vermogen om lege tijd te verdragen precies het vermogen is dat de omgeving systematisch afbreekt. Een therapie die veronderstelt wat de aandoening vernietigt, werkt voor wie nog genoeg over heeft om mee te beginnen. Dat zijn, opnieuw, weinigen.

• • •

Safranski leidt nog langs een tweede weg naar de kern. Op 30 oktober 1955 hield Heidegger in zijn geboorteplaats Meßkirch een toespraak die vier jaar later verscheen onder de titel Gelassenheit. Hij betoogde daarin dat de mens zich tegenover de techniek niet als tegenstander of als slaaf hoeft te verhouden. We kunnen technische dingen gebruiken en er tegelijk ja en nee tegen zeggen: ja tegen het onvermijdelijke gebruik, nee tegen de aanspraak dat ze ons volledig in beslag nemen. Die houding noemde hij Gelassenheit. Hij plaatste haar naast een openheid voor wat zich in de techniek aan ons begrip onttrekt, en tegenover een rekenend denken dat alleen nog plannen en optimaliseren kent. (13)

Het woord komt van Meester Eckhart, dezelfde bron waaruit de vroege anabaptisten putten, en De Limbische Economie eindigt met die doopsgezinde Gelassenheit. De twee afleidingen delen een oorsprong en verschillen op het beslissende punt. Heideggers Gelassenheit is een denkhouding van de enkeling, verworven in bezinning. Die van Menno Simons is de praktijk van een gemeente: loslaten wat je niet kunt beheersen en trouw blijven aan wat je wel kunt doen, samen en zonder garantie op resultaat. Safranski’s Heidegger-biografie laat bovendien zien welke politieke geschiedenis het Heideggeriaanse denken belast, en waarom het begrip beter langs de andere lijn wordt gelezen. (14)

Zo ontstaat een symmetrie. Steins Spinoza en Heideggers Gelassenheit bieden elk een individuele houding, de een via inzicht, de ander via bezinning. Beide zijn waardevol en beide zijn zeldzaam. Wat ze houdbaar maakt, komt uit hetzelfde zeventiende-eeuwse Nederlandse milieu: de politieke Spinoza, die de inrichting van de samenleving losmaakt van de deugd van de burger, en de doopsgezinde gemeente, die de deugd van de enkeling in een gedeelde praktijk inbedt.

• • •

Voor het debat dat Stein terecht wil aanzwengelen, volgen daaruit drie conclusies.

Inzicht is noodzakelijk. Spinoza heeft gelijk dat onvrijheid begint bij het niet begrijpen van wat ons beweegt, en onderwijs dat leerlingen leert herkennen hoe hun aandacht wordt geëngineerd, is geen luxe.

Inzicht is niet voldoende, en dat zegt Spinoza zelf. Een idee beteugelt geen affect, en een omgeving die is ontworpen om het affect te wekken, wint het van elk idee dat niet door iets sterkers wordt gedragen. Wie de remedie bij het individu legt, hoe verfijnd de filosofie ook is, verschuift de last naar degene die haar het slechtst kan dragen. In de wereld van zorg en welzijn heeft die beweging een herkenbare vorm: het limbisch alibi, waarbij een structureel geproduceerde uitkomst wordt toegeschreven aan het tekortschietende vermogen van de enkeling. (15)

En de inrichting moet werken voor wie niet voortreffelijk is. Dat is geen somber mensbeeld. Het is het mensbeeld van de Tractatus Politicus: realistisch over de affecten, en juist daarom ambitieus over de instituties. Frictie in het ontwerp, veilige standaardinstellingen, regulering van het verdienmodel, en gemeenschappen die de houding dragen die de enkeling alleen niet volhoudt.

Meijer vraagt aan het slot van zijn recensie of iedereen, als je maar lang genoeg doorvraagt, uiteindelijk het goede wil. Het is een legitieme vraag, maar voor beleid doet het antwoord er minder toe dan het lijkt. Spinoza richtte zijn politiek juist zo in dat het er niet toe hoefde te doen. Al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam. Een samenleving die dat serieus neemt, ontwerpt voor de avond waarop het ons niet lukt.


Noten

(1) Yoram Stein, Afkicken met Spinoza. Hoe filosofie je bevrijdt van alledaagse verslavingen (Noordboek, 2026), 260 blz., verschenen op 15 juni 2026. De karakterisering van het boek in dit artikel steunt op de uitgeverstekst en op de recensie genoemd in noot 2.

(2) Martijn Meijer, “Stoppen met sociale media, blowen of gokken, hoe doe je dat? Spinoza weet raad”, NRC, 10 september 2026. Het citaat is de slotzin van Spinoza, Ethica, deel V, toelichting (scholium) bij stelling 42. Vertalingen uit het Latijn in dit artikel zijn van de auteur.

(3) Spinoza, Ethica, deel IV, voorwoord (praefatio). Spinoza gebruikt impotentia voor het onvermogen en servitus voor de toestand die daaruit volgt.

(4) Spinoza, Ethica, deel IV, stellingen 7 en 14, en de toelichting bij stelling 17. De regel van Ovidius komt uit Metamorfosen VII, 20–21, waar Medea haar eigen tweestrijd beschrijft.

(5) Over Maté: Gabor Maté in gesprek met Steven Bartlett, The Diary of a CEO, aflevering 193, “The Childhood Lie That’s Ruining All of Our Lives”. Over Raskin, de uitvinding van de infinite scroll en de vertraging van 250 milliseconden: De Limbische Economie, hoofdstuk 2, met de daar vermelde bronnen.

(6) Spinoza, Tractatus Politicus, hoofdstuk I, paragraaf 1.

(7) Spinoza, Tractatus Politicus, hoofdstuk I, paragraaf 6.

(8) Zie “Het ontwerp als voorwerp van de schikking” (House of Viridian, Limbic Literacy, september 2026). De rechtbank heeft de consent judgment op 26 augustus 2026 vastgesteld; de genoemde voorzieningen gelden uitsluitend voor gebruikers jonger dan 18 jaar.

(9) Steven Nadler, Spinoza: A Life (Cambridge: Cambridge University Press, 1999; tweede editie 2018). Het voorwoord van Jelles verscheen in De Nagelate Schriften van B.d.S. (1677) en in Latijnse vertaling in de Opera Posthuma van hetzelfde jaar.

(10) Rüdiger Safranski, Zeit. Was sie mit uns macht und was wir aus ihr machen (München: Carl Hanser, 2015), hoofdstuk 1, “Zeit der Langeweile”. Voor Heideggers analyse van de verveling: Martin Heidegger, Die Grundbegriffe der Metaphysik. Welt, Endlichkeit, Einsamkeit, college 1929/30, Gesamtausgabe, deel 29/30.

(11) Rüdiger Safranski, Schopenhauer und Die wilden Jahre der Philosophie (München: Carl Hanser, 1987). Het beeld van de slinger tussen pijn en verveling: Arthur Schopenhauer, Die Welt als Wille und Vorstellung, deel I, § 57.

(12) Blaise Pascal, Pensées, fragment 136 (Lafuma), 139 (Brunschvicg), in de reeks over het divertissement. Voor Lembke: Anna Lembke, Dopamine Nation: Finding Balance in the Age of Indulgence (New York: Dutton, 2021), en De Limbische Economie, hoofdstuk 6.

(13) Martin Heidegger, Gelassenheit (Pfullingen: Neske, 1959), de tekst van de toespraak die hij op 30 oktober 1955 in Meßkirch hield. Heidegger onderscheidt daarin het rekenende van het bezinnende denken en koppelt Gelassenheit aan de dingen aan openheid voor het geheim.

(14) Rüdiger Safranski, Ein Meister aus Deutschland. Heidegger und seine Zeit (München: Carl Hanser, 1994). Over Gelassenheit in de doopsgezinde traditie en de afleiding van Meester Eckhart: De Limbische Economie, hoofdstuk 21, en C. Arnold Snyder, Anabaptist History and Theology: An Introduction (Kitchener, ON: Pandora Press, 1995), hoofdstuk 4.

(15) Zie Het limbisch alibi (House of Viridian, Limbic Literacy, 2026).